Renault Clio 16V
In het voorjaar van 1990 wordt de Renault Clio gepresenteerd, waarmee de eerste stap wordt gezet om over te gaan van typenummers naar namen. Een zeer belangrijke auto voor Renault, want hij moet 18 jaar Renault 5 doen vergeten, alhoewel de Renault 5 nog tot 1996 in productie blijft.
Technisch gezien was de Clio niet veel anders dan de Supervijf, met dezelfde wielophanging voor en achter en dwarsgeplaatste motoren. De komst van de Clio betekende echter wel het eind van het turbotijdperk in het compacte segment.
De Clio 16V werd als opvolger van de 5 GT Turbo in het voorjaar van 1991 leverbaar. De motor was al bekend uit de 19 16V, een 1,8 liter 4 cilinder met 16 kleppen, bediend door een enkele bovenliggende nokkenas. Standaard uitgerust met katalysator leverde de Clio 137 pk bij 6500 tr/min. Het koppel van 158 nm was bij 4250 tr/min volledig beschikbaar. Met een gewicht van 990 kilo wist de Clio flitsend te presteren en had zo een topsnelheid van 209 km/h en acceleratie van 8 seconden van 0 tot 100 km/h, waarmee hij vrijwel alle concurrenten in die tijd achter zich liet.
Om de bredere wielen en banden binnen de schermen te kunnen houden, werden bredere kunststof voorschermen gebruikt en werden de achterschermen iets verbreed. De motorkap kreeg een sportieve look door de verhoogde luchtinlaat. De lichtmetalen 15 inch wielen met 185/55 R15 banden zorgden voor de finishing touch. Het interieur kende vele specifieke 16V details, waaronder een doorgetrokken dashboard met ruimte voor extra metertjes, een oliepeilmeter, oliedrukmeter en olietemperatuurmeter. Het driespakige stuurwiel kreeg een gedeeltelijk lederen bekleding. Verder beschikte de Clio over sportieve kuipstoelen die iets smaller waren dan bij de 19 16V. Leer was als optie verkrijgbaar.
Het Clio-programma werd gaandeweg verder uitgebreid, ook met sportieve types. Zo verscheen eind 1991 De Clio S, voorzien van de 80 pk sterke 1.4 liter motor. Voor modeljaar 1994 werd de Clio Rsi aan het programma toegevoegd, een auto die sportiviteit en luxe met elkaar verenigde. Voorin lag de 1.8 liter 110 pk sterke motor die zorgde voor een topsnelheid van 195 km/h en een acceleratie tot 100 km/h in 8,9 seconden. In het voorjaar van 1994 ondergaat de Clio de eerste belangrijke wijzigingen, die beperkt bleven tot een nieuwe grille bestaande uit één brede spijl, achterlichten gedeeltelijk in rookglas en een rookglazen verbindingsbalk, nieuwe bekledingstoffen en andere wielen.
De Clio fase 3 verscheen in het voorjaar van 1996. Vanwege de komst van de Mégane Coupé 16V moesten zowel de Clio 16V als de nog snellere Clio Williams het veld ruimen en bleef enkel de RSi over als snelste Clio tot aan de komst van de Clio II in 1998.



